Met dit voor motorfietsen wereldwijd unieke systeem kan de rijder naast de uitgaande demping van zowel de voor- als achtervering ook de veervoorspanning van de achtervering, zijn veerconstante en daarmee de “hardheid” van de veren langs elektronische weg beïnvloeden. Dit geschiedt heel eenvoudig met behulp van de Multi-Controller in combinatie met de menusturing via het TFT-kleurendisplay. 
Om de bediening zo eenvoudig mogelijk te houden en foute instellingen te voorkomen, voert de bestuurder eerst en alleen de beladingtoestand in (“solo”, “solo met bepakking” of “met passagier en bepakking”). De instelling van vering en veerconstante geschiedt vervolgens automatisch, waarbij het systeem beide waarden op elkaar afstemt. 
Bovendien selecteert de rijder afhankelijk van de beoogde rijstijl de rijmodus “Comfort”, “Normaal” of “Sport” en kiest zo het gewenste karakter voor het rijwielgedeelte. Op basis van deze instellingen berekent de elektronische besturing aan de hand van optimale parameters de bijpassende dempingsgraad en stelt ze via een elektromotor in. In totaal zijn negen verschillende afstemmingsvarianten beschikbaar. De demping wordt met behulp van kleine stelmotoren op de schokdempers aangepast. 
Door de aanvullende aanpassing van de veerconstante kan het motorniveau optimaal aan de verschillende beladingstoestanden worden aangepast, wat een nog hogere mate van stabiliteit, wendbaarheid en comfort garandeert. Zelfs bij maximaal toelaatbare belading met passagier en bepakking blijft op deze manier de grondspeling behouden, wat een sportieve rijstijl mogelijk maakt. Bovendien wordt het gevaar van doorslaande vering bij zware belading drastisch verminderd door het aanpassen van de veerconstante.
Het is zelfs mogelijk om onder het rijden te wisselen van dempinginstelling (“Normaal”, “Sport” of “Comfort”), met slechts een druk op de knop. De veervoorspanning kan om functie- en veiligheidsredenen alleen stilstaand worden aangepast. De aanpassing van de veerconstante geschiedt met behulp van een elektromotor met aandrijving. 
De wijziging van de veerconstante wordt mogelijk gemaakt door twee achter elkaar geschakelde veren. Hierbij vangt een elastomeer-element (Cellasto) in combinatie met een daaronder geplaatste, conventionele schroefveer de kracht bij het inveren op. De radiale uitzetting van het Cellasto-element wordt naar buiten toe duurzaam begrensd door een stalen huls. Aan de binnenzijde wordt met behulp van een elektrohydraulisch systeem een aluminium huls bewogen. De positie van deze binnenhuls beïnvloedt de uitzetverhouding van het cellasto-element en daarmee de veerconstante. Dit werkt op dezelfde wijze als twee veren van ongelijke sterkte. Als de binnenhuls op de stalen veer steunt, heeft het Cellasto-element geen functie meer en werkt alleen de stalen veer nog. Als de binnenhuls daarna nog verder verschuift, kan zo aanvullend de veervoorspanning van de stalen veer aangepast worden. 
Op deze manier blijven statische uitgangspositie en rij-geometrie onder alle beladingssituaties optimaal behouden. De aanvullende aanpassing van de veerconstante over het brede bereik van 110 tot 160 N/mm maakt het mogelijk om de instellingen “Sport”, “Normaal” en “Comfort” bij de ESA II ver te spreiden om zo een duidelijk onderscheid tot uitdrukking te laten komen. 
Het voordeel van de elektronische instelling van het rijwielgedeelte met ESA ten opzichte van een conventionele mechanische instelling van veervoorspanning en dempingskarakteristiek is gelegen in de altijd harmonieuze afstemming van alle rijwielgedeeltecomponenten en het voorkomen van fouten bij “normale gebruikers”. De rijder hoeft niet omslachtig en tijdrovend in de weer te zijn met gereedschap; in plaats daarvan kan hij de aanpassing binnen een seconde comfortabel per druk op de knop uitvoeren. Zo is het mogelijk het rijwielgedeelte tijdelijk aan te passen, bijvoorbeeld als iemand een keer achterop mee wil of wanneer de kwaliteit van het wegdek plotseling verandert.
+ Lees verder

Nog meer techniek in detail