Door het verschil te meten in omwentelingen van voor- en achterwiel – via de ABS-sensoren en de door de sensorbox (hellingshoekmeting) verzamelde data – herkent de BMS-X een slippend achterwiel. Het motormanagement reageert in dit geval met een adequate reductie van het aandrijfkoppel door een verlating van de ontsteking, ingrepen in de injectie en aanpassing van de brandstofinname bij de gaskleppen.

Anders dan bij de voorgaande BMW Motorrad ASC systemen wordt bij de tractiecontrole DTC ook de hellingshoek van de motor via hightech sensoren geregistreerd en meegenomen bij de aansturing. De tractiecontrole DTC correspondeert altijd met de ingestelde rijmodus, voor optimale veiligheid.

Ondanks dat de tractiecontrole DTC bij het accelereren een waardevolle ondersteuning voor de rijder is en dus meer veiligheid biedt, kan het, evenals het ABS, de natuurkundige wetten niet buiten werking stellen. Het blijft mogelijk om door een verkeerde inschatting of een fout de grenzen van het toelaatbare te bereiken, wat een valpartij tot gevolg kan hebben. De tractiecontrole DTC (Dynamic Traction Control) helpt de rijder om de rijdynamische mogelijkheden beter en vooral veiliger te benutten. Bij uitzonderlijk gebruik, bijvoorbeeld op het circuit, kan het DTC wel apart uitgeschakeld worden. 
+ Lees verder